Hoogwater en overstromingen op de Wilpse Klei

De Wilpse Klei ligt buitendijks en is wettelijk niet beschermd tegen overstromen.

‘De Wilpse Klei’ langs rivier de IJssel ligt buitendijks. Buitendijkse gebieden liggen buiten de primaire waterkeringen en zijn wettelijk niet beschermd tegen overstromen. Buitendijks liggen de oplossingen voor waterveiligheid dan ook primair in de tweede laag (duurzame ruimtelijke inrichting) en de derde laag (goede rampenbeheersing).

De zomerkade die om de uiterwaard ligt, biedt bescherming tegen overstromen tot waterstanden met een kans van overschrijden tussen de 1/10 en 1/100 per jaar. Om een gevoel te krijgen bij deze gebeurtenissen: de kans dat iemand gedurende zijn leven (uitgaande van 80 jaar) een overstroming met een overschrijdingsfrequentie van 1/100 per jaar meemaakt, is ongeveer 55%.

Luchtfoto van de ondergelopen Wilpse Klei: weilanden en boerderijen staan onder water
De Wilpse Klei bij hoogwater: het gebied staat blank tot aan de boerderijen.

Overstromingen op de Wilpse Klei

Het bolletje loopt langs de jaren en kleurt de lijn: rood laag, blauw zodra het water boven de streep uitkomt en de polder onderloopt. In 1926 en 1995 was het water extreem hoog.

hierboven loopt de polder onder19211926jan.19701980feb.1980jul.1983jun.1984feb.19881995feb.

1921 — De polder liep onder water. Een van de eerste overstromingen in het archief. De polder liep onder water.

Eens in de 10 jaar

Waterdieptekaart: gebieden rond de Wilpse Klei die ongeveer eens in de tien jaar kunnen overstromen (bron: LIWO, Rijkswaterstaat; ondergrond PDOK).
Waterdieptekaart: gebieden rond de Wilpse Klei die ongeveer eens in de tien jaar kunnen overstromen (bron: LIWO, Rijkswaterstaat; ondergrond PDOK).

Eens in de 100 jaar

Waterdieptekaart: gebieden rond de Wilpse Klei die ongeveer eens in de honderd jaar kunnen overstromen (bron: LIWO, Rijkswaterstaat; ondergrond PDOK).
Waterdieptekaart: gebieden rond de Wilpse Klei die ongeveer eens in de honderd jaar kunnen overstromen (bron: LIWO, Rijkswaterstaat; ondergrond PDOK).
Inschatting van het beschermingsniveau (resultaat uit Hydra-NL)
Terugkeertijd(jaren)Hydraulisch belastingniveau(m+NAP, meetpunt Zutphen)
107,555
307,822
40De Wilpse Klei loopt onderinstroom over de zomerkade7,9bij Zutphen = NAP +6,9 m bij Deventer
1008,099
3008,316
1.0008,533
3.0008,721
10.0008,922
30.0009,106
100.0009,311
Inschatting van het beschermingsniveau (resultaat uit Hydra-NL); de standen in deze tabel horen bij het meetpunt Zutphen. De gele regels horen bij een kans van eens in de 100 en eens in de 300 jaar. De rode regel laat zien bij welke stand het water de polder in stroomt: NAP +6,9 m bij Deventer, wat ter plaatse overeenkomt met ongeveer NAP +7,9 m bij Zutphen. Dat gebeurt gemiddeld ongeveer eens in de 40 jaar.

Waterstanden en overstromingsrisico’s

Op basis van informatie van het waterschap Vallei en Veluwe blijkt dat de instroom over de zomerkade van ‘De Wilpse Kleipolder’ plaatsvindt bij een waterstand van NAP +6,9 m ter hoogte van het meetpunt Deventer. Op dat moment begint de uiterwaard vol te lopen. De snelheid waarmee dat gebeurt is sterk afhankelijk van de hoogte en vorm van de hoogwatergolf. Stijgt de rivierwaterstand snel, dan kan de zomerkade over grotere lengte gaan overstromen en is de polder binnen enkele dagen gevuld.

Onderstaande tabel geeft de waterstanden op de IJssel in relatie tot de waterstand op de Rijn bij Lobith, waar de rivier Nederland binnenkomt. Wanneer bij Lobith een waterstand van NAP +15,0 m wordt gemeten, zal de waterstand bij Deventer ongeveer een dag later in de buurt van NAP +6,1 m liggen.

  • Lobith 17,7 m

    Doesburg
    11,0
    Dieren
    10,8
    Zutphen
    8,9
    Deventer
    7,5

    Wilpse Klei: Polder stroomt in

  • Lobith 17,0 m

    Doesburg
    10,8
    Dieren
    10,5
    Zutphen
    8,2
    Deventer
    7,1

    Wilpse Klei: Polder stroomt in

  • Lobith 16,5 m

    Doesburg
    10,6
    Dieren
    10,3
    Zutphen
    7,9
    Deventer
    6,9

    Wilpse Klei: Let op: drempel bereikt — water kan de klei instromen

  • Lobith 16,0 m

    Doesburg
    10,5
    Dieren
    10,1
    Zutphen
    7,7
    Deventer
    6,5

    Wilpse Klei: Let op: water nadert de drempel

  • Lobith 15,0 m

    Doesburg
    10,1
    Dieren
    9,6
    Zutphen
    7,5
    Deventer
    6,1

    Wilpse Klei: Voorbereidingen worden getroffen

  • Lobith 14,0 m

    Doesburg
    9,7
    Dieren
    9,3
    Zutphen
    7,4
    Deventer
    5,8
  • Lobith 13,0 m

    Doesburg
    9,2
    Dieren
    8,8
    Zutphen
    7,1
    Deventer
    5,5
Waterstanden in meters boven NAP op de Rijn en de IJssel. De kleuren horen bij de landelijke kleurcodes hieronder. Vanaf ongeveer NAP +16,0 m bij Lobith is er reden voor alertheid: bij NAP +16,5 m bij Lobith hoort NAP +7,9 m bij Zutphen, de stand waarbij water over de zomerkade de Wilpse Klei kan instromen.
Betekenis van de landelijke kleurcodes
KleurcodeWat betekent het?Hoe vaak?
GroenRegulier dagelijks waterbeheer.Normale situatie
GeelWaterstanden hier en daar verhoogd; standaardmaatregelen. Scheepvaart en activiteiten in uiterwaarden mogelijk beperkt.Meerdere keren per jaar
OranjeDreiging neemt toe; verdergaande maatregelen. Gebruik van het water wordt beperkt, lichte schade aan dijken mogelijk.Eens in de vijf jaar
RoodErnstige, uitzonderlijke situatie. Grootschalige noodmaatregelen en schade mogelijk.Eens in de 20 tot 100 jaar

Omdat vooraf moeilijk te voorspellen is hoe snel de uiterwaard vol zal lopen, is het raadzaam om als bewoner van de Wilpse Klei in actie te komen wanneer de waterstand bij Lobith NAP +16,5 m bedraagt. Een dag later bedraagt de waterstand bij Deventer dan waarschijnlijk NAP +6,9 m; op dat moment begint de uiterwaard vol te lopen.

Visie op de toenemende kans op overstroming

Meer ruimte voor de rivier betekent voor de Wilpse Klei juist een grotere kans op hoog water.

In het verleden zijn de meeste zomerdijken verhoogd tot deltahoogten, gelijk aan de winterdijk. Hierdoor zijn de oude winterdijken vervallen, alleen is dit op de Wilpse Klei niet het geval. Daardoor stroomt bij hoogwater, zoals in 1995, de Wilpse Kleipolder vol.

Om die reden hebben er projecten plaatsgevonden als “Ruimte voor de Rivier” en zijn deltadijken verder landinwaarts gelegd, zodat de IJssel meer ruimte krijgt. Voorbeelden hiervan zijn de Voorster Klei en Cortenoever bij Brummen. Daarnaast is er een grote bypass gemaakt bij Veessen-Wapenveld. Met al deze aanpassingen zou je verwachten geen last meer te hebben van hoog water, maar dit is dus niet het geval.

Normaal gesproken voert de IJssel 10% van het Rijnwater af, maar door een aanpassing bij Lobith en de Neder-Rijn kan dit oplopen tot 15% of meer. Als de Rijn Nederland binnenkomt bij Lobith, volgt de eerste grote splitsing bij de Pannerdense kop, waar de Waal afsplitst. Twee derde van het water gaat naar de Waal, een derde naar de Neder-Rijn. Net voor de splitsing heeft Rijkswaterstaat een nieuw regelwerk gebouwd van 175 meter breed om het water beter te kunnen sturen.

Het regelwerk Hoensbroeksche Pleij is 150 meter breed en dient ervoor dat er meer water op de IJssel afgevoerd kan worden. De monding van de IJssel is 70 meter breed. Net voorbij de aftakking van de IJssel bij Arnhem zit het stuw- en sluiscomplex Driel, ook wel de kraan van Nederland genoemd. Als deze stuw dichtstaat, gaat het meeste water richting de IJssel.

Regelwerk Hoensbroeksche Pleij
Regelwerk Hoensbroeksche Pleij
Aftakking van de Neder-Rijn naar de IJssel
Aftakking van Neder-Rijn naar de IJssel
Sluis- en stuwcomplex Driel in de Nederrijn
Sluis- en stuwcomplex Driel in de Nederrijn

Door alle verruimingen en verbredingen zal door velen gedacht worden dat het waterpeil zal zakken. In geval van nood is dat echter niet zo. Omdat er meer water wordt afgevoerd op de IJssel, nemen de overstromingskansen voor de Wilpse Kleipolder toe. Klimaatverandering zorgt ervoor dat regenbuien langer op één plek blijven hangen, zoals in Duitsland in 2021. Die golf aan water zorgt voor een extra toenemende kans op het overstromen van de polder door plots stijgend water. In het zuiden van het land heeft men dit risico ervaren door het buiten de oevers treden van de Maas en de zijrivieren en beken.

Reden voor Rijkswaterstaat om meer water via de IJssel af te voeren, is het voorkomen van overstromingsrisico in de Betuwe zoals in 1995. Als daar een dijk doorbreekt, lopen grote gebieden onder water waar plekken van 7 meter diep water kunnen staan; een soort “badkuipeffect”. Voordeel van de IJssel is dat deze door een hoog natuurlijk reliëf loopt, met aan de linkerkant de Veluwe en aan de rechterkant de Sallandse heuvelrug.